Sinds medio 2011 is de competentiegrens voor de kantonrechter verhoogd.
Op dit moment is het zo dat de kantonrechter bevoegd is kennis te nemen van veel voorkomende geschillen waarbij het voornamelijk gaat over huur(koop) en arbeidsverhoudingen. Daarnaast neemt de kantonrechter kennis van geschillen waarmee maximaal € 25.000,- is gemoeid. Voor dergelijke zaken is het niet verplicht een advocaat in te schakelen. De zaken die niet vallen in voornoemde categorieën dienen te worden aangebracht bij de civiele rechter, waarbij verplichte procesvertegenwoordiging wèl geldt.
Met het verhogen van de competentiegrens kunnen relatief eenvoudige zaken voor de kantonrechter komen en wordt de rechtspraak voor de burger toegankelijker. Waar voorheen de competentiegrens bij de kantonrechter niet verder reikte dan € 5.000,- is de verhoging van deze grens tot een bedrag van € 25.000,- een grote stap.
Een direct gevolg hiervan is dat mensen zich minder gehinderd hoeven te voelen om voor relatief eenvoudige geschillen naar de civiele rechter te stappen vanwege mogelijke advocaatkosten.
De kantonrechter is bevoegd kennis te nemen van huur(koop)geschillen en arbeidsgeschillen ongeacht het (financiële) belang. De Minister van Justitie heeft voorgesteld om alle zaken die met 'consumentenkoop' te maken hebben óók bij de kantonrechter onder te brengen. Echter de kogel is nog niet door de kerk.
Het gaat bij consumentenkoop alleen om conflicten over tastbare producten. Conflicten over dienstverlening, waarbij te denken valt aan het boeken van een reis of het afsluiten van een verzekering, vallen niet onder deze categorie.
Net als uw onderneming is ook de rechtspraak in Nederland volop in beweging. Consumenten worden zogezegd zelfredzamer, wat ook voor u als ondernemer gevolgen kan hebben. Toch doet u er goed aan zich zowel bij de kantonrechter als bij de civiele rechter door een juridisch specialist te laten bijstaan.
De vraag of een werkgever al dan niet mediation ‘moet’ inzetten bij een gerezen arbeidsconflict met een werknemer blijft voor de nodige rechtspraak zorgen in ontbindingsprocedures. Conflictbemiddeling is een poging van een bemiddelaar om twee of meer personen of groepen die een geschil hebben tot elkaar te brengen om tot een oplossing te komen. Bemiddeling is vooral nuttig als er sprake is van een wederzijds gebrek aan vertrouwen. Een vorm van conflictbemiddeling is mediation.
Bij mediation proberen partijen zelf het geschil op te lossen met behulp van een neutrale derde, de mediator. De rol van de mediator is om de storende emoties in het conflict op de agenda te zetten en vervolgens hanteerbaar te maken om zo partijen zelf te laten zoeken naar een oplossing waar zij zich beiden in kunnen vinden en dat aan hun belangen op aanvaardbare wijze tegemoet wordt gekomen. In de relatie werkgever - werknemer kan mediation een middel zijn om samen een oplossing voor het arbeidsconflict te vinden. In geval van een arbeidsconflict meldt de werknemer zich vaak ziek. De bedrijfsarts concludeert in negen van de tien gevallen dat er geen sprake is van ziekte en dat de werknemer zijn werkzaamheden weer gewoon zou kunnen hervatten. Omdat de bedrijfsarts vaak ook wel inziet dat er iets aan de hand is tussen werkgever en werknemer, adviseert de bedrijfsarts de werkgever meestal om een mediator in te schakelen.
De ervaring leert dat niet alle werkgevers het advies van de bedrijfsarts opvolgen als deze mediation voorsteld om een gerezen conflict tussen werkgever en werknemer op te lossen. In veel gevallen zal het niet willen meewerken aan mediation door de werkgever hem duur komen te staan. De kantonrechter te Amersfoort oordeelde dat van een werkgever mag worden verwacht dat hij actief bijdraagt aan normalisering van de verhoudingen door bijvoorbeeld mediaton in te zetten. Nu de werkgever dit had nagelaten, acht de kantonrechter de noodzaak tot ontbinding wegens verstoring van de arbeidsrelatie grotendeels aan werkgever te wijten en kent een ontbindingsvergoeding volgens de kantonrechtersformule toe, waarbij de correctiefactor op 1,5 wordt gesteld. Als de kantonrechter concludeert dat er onvoldoende inspanningen door werkgever zijn verricht om de verhoudingen te normaliseren, dan kan de kantonrechter uiteraard ook het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst afwijzen, hetgeen zowel de kantonrechter te Maastricht als de kantonrechter te Schiedam hadden gedaan. De werkgever is dan terug bij af en zal er goed aan doen om alsnog mediation in te zetten.
Ook zijn er rechterlijke uitspraken bekend waarbij het inzetten van mediation door werkgever om het conflict met werknemer op te lossen niet voldoende werd geacht. Werkgever had, naar het oordeel van de kantonrechter in Assen, naast mediation meer moeten doen om het arbeidsconflict met werknemer op een andere wijze op te lossen, door bijvoorbeeld de kwestie voor te leggen aan een arbiter. Het is afhankelijk van de feiten en omstandigheden of van de werkgever het inzetten van mediation kan worden verlangd. Het is in ieder geval wel aan te raden om een eventueel advies dat de bedrijfsarts over mediation heeft gegeven, op te volgen.
Wanneer een klant de factuur voor de door de ondernemer verrichte diensten of verkochte producten niet betaalt en aanmaningen tot betaling geen succes hebben, rest veelal geen andere mogelijkheid dan tot dagvaarding over te gaan. Hoe verloopt zo’n procedure eigenlijk?
Bijna iedere ondernemer zal er wel eens mee te maken hebben gehad: een klant die zijn rekening niet betaalt. In vrijwel alle gevallen zal de klant eerst (vriendelijk doch dringend) gevraagd worden om tot betaling over te gaan, gevolgd door een wat ‘dreigender’ briefje wanneer op de eerste betalingsherinnering geen betaling volgt. Tenzij een andere vorm van geschillenbeslechting tussen u en de klant is overeengekomen (arbitrage bijvoorbeeld), moet in dit geval de zaak aan de gewone rechter worden voorgelegd om een rechterlijk bevel tot betaling (vonnis) te krijgen dat de deurwaarder vervolgens ten uitvoer kan leggen. Dit gaat via dagvaarden.
Het uitbrengen van een dagvaarding (betekening) geschiedt in Nederland via de deurwaarder. Door middel van de dagvaarding wordt uw wederpartij ervan in kennis gesteld dat u een vordering tegen die partij wilt voorleggen aan de in de dagvaarding genoemde rechter. Wanneer de dagvaarding door de deurwaarder aan uw wederpartij is betekend en aan uw raadsman is teruggestuurd, zorgt laatstgenoemde ervoor dat die dagvaarding wordt toegestuurd aan de betreffende rechterlijke instantie, met het verzoek om de zaak ‘op de rol te plaatsen’.
Sommige zaken worden voorgelegd aan de gewone rechtbank, andere zaken aan de Sector Kanton (bijvoorbeeld als de vordering minder bedraagt dan € 25.000,-). Dit verschil is nu nog van belang voor de vraag of uw wederpartij, de gedaagde, een advocaat moet inschakelen of niet. Zaken namelijk die aan de gewone rechtbank worden voorgelegd, vereisen nu nog dat partijen een advocaat inschakelen. Zaken die aan de Sector Kanton worden voorgelegd, vereisen dat niet.
De zaak bij de gewone rechtbank verloopt grotendeels schriftelijk. Nadat de zaak op de rol is geplaatst en de wederpartij via een advocaat zich heeft gemeld, dient de wederpartij via een advocaat schriftelijk te reageren (conclusie van antwoord). Bij die gelegenheid kan de wederpartij ook een tegenvordering indienen, een zogenoemde eis in reconventie. Bij de Sector Kanton bestaat daarnaast de mogelijkheid dat de wederpartij zelf reageert, dus zonder bijstand van een advocaat. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk.
Nadat de wederpartij heeft gereageerd, dient de rechter eerst te bekijken of hij de zaak geschikt acht voor een persoonlijke verschijning (comparitie) van partijen of dat eerst nog schriftelijk zal worden voort geprocedeerd (repliek, dupliek). In veel gevallen worden partijen uitgenodigd om bij de rechter te verschijnen om de zaak toe te lichten, vragen van de rechter te beantwoorden en om te bekijken of de zaak niet alsnog geschikt kan worden. Als schikken niet lukt, beoordeelt de rechter hoe de procedure zal worden voortgezet: gaat hij vonnis wijzen, gaat hij een van de partijen bewijs opdragen (getuigen horen, een deskundige benoemen), of krijgen partijen nog de mogelijkheid de zaak toch nog eens schriftelijk toe te lichten?
Het gaat in het kader van dit artikel te ver om alle bijzonderheden van de procedure verder uit te werken, zodat we ervan uitgaan dat de rechter eindvonnis wijst. Met dit vonnis in de hand kan de partij die een vonnis heeft gekregen dat de andere partij tot iets verplicht (zoals het betalen van de factuur, vaak met rente en kosten), dit vonnis door de deurwaarder ten uitvoer laten leggen als de wederpartij niet vrijwillig aan de inhoud van het vonnis voldoet.
In de wet is vastgelegd dat in geval van overdracht van een verhuurde zaak en in geval van vestiging of overdracht van een zelfstandig recht van vruchtgebruik, erfpacht of opstal op een verhuurde zaak door de verhuurder de rechten en verplichtingen van de verhuurder uit de huurovereenkomst, die daarna opeisbaar worden, overgaan op de verkrijger. Deze bepaling wordt in de volksmond kort omschreven met: ‘koop breekt geen huur’. Bedoeld wordt dat de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst overgaan op degene die rechthebbende met betrekking tot het gehuurde is geworden.
Als we ons beperken tot de eigendomsoverdracht na verkoop van de zaak komt het er op neer dat de nieuwe eigenaar gehouden is de huurovereenkomst, zoals die door de overdragende eigenaar met de huurder werd aangegaan, na de overdracht te respecteren.
De vraag is of een in de huurovereenkomst begrepen koopoptie dan wel voorkeursrecht van koop ook op de nieuwe eigenaar overgaat. In het bevestigende geval betekent dit dat ook de nieuwe eigenaar indien hij de zaak zou willen verkopen gehouden is de zaak eerst aan de huurder te koop aan te bieden. De Hoge Raad heeft dikwijls laten weten dat dat niet het geval is. In geval van een overdracht van een verhuurde zaak gaan uitsluitend die rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst op de nieuwe eigenaar over die het doen hebben van het genot van een zaak gedurende een bepaalde tijd en tegen een bepaalde prijs betreffen. Er doen zich echter gevallen voor waarin in het door de huurder periodiek te betalen bedrag niet enkel een gebruiksvergoeding is begrepen, maar ook een vergoeding voor de uiteindelijke verkrijging. Bijvoorbeeld in geval van een lease-overeenkomst. Verondersteld mag worden dat indien de hoogte van de huurprijs door het koopbeding wordt bepaald het recht om te kopen bij overgang van de zaak blijft bestaan.
Uiteraard kunnen huurder en verhuurder wel nader overeenkomen dat verhuurder bij overdracht van de zaak gehouden is te bedingen dat de in de huurovereenkomst begrepen koopoptie of voorkeursrecht van koop ook door de opvolgende eigenaren dient te worden geëerbiedigd, doch dan is het voor de handhaving van dit (ketting)beding van belang dat een en ander zodanig wordt vastgelegd dat aan het niet nakomen van dit beding rechtens afdwingbare gevolgen zijn verbonden.